
WILLEMSTAD - Op Curaçao draait politiek niet om ideeën, maar om mensen. In Nederland worden verkiezingen gewonnen met debatten, beleidsplannen, doorrekeningen van het politieke programma, gecombineerd met een persoonlijke voorkeur, hier is het de gunfactor die telt. Wie kent wie? En belangrijker nog: wie kan wat voor mij regelen? Morgen, op 21 maart, trekken de Curaçaoënaars naar de stembus, maar volgens de peilingen lijkt de uitslag al vast te staan. MFK, de partij die in 2010 werd opgericht door de veroordeelde oud-premier Gerrit Schotte, gaat op een monsterscore af. Zijn politieke erfgenaam, premier Gilmar Pisas, wordt door de laatste peilingen gelanceerd naar een overweldigende 67 procent van de stemmen. Een uitslag die Curaçao niet eerder zag.
Volgens het Kenniscentrum Curaçao en The University of the Dutch Caribbean stemt slechts tien procent van de kiezers op basis van een partijprogramma. De rest kiest op gevoel, loyaliteit of simpelweg op basis van persoonlijke beloftes. Het draait niet om plannen, maar om de persoon die ze presenteert.
Wie dat morgen met eigen ogen wil zien, hoeft alleen maar te kijken naar de afsluitende campagnebijeenkomst van MFK, vanavond. Een dag later dan gepland vanwege de regen gisteren. De Lindbergweg in Saliña is omgetoverd tot een festivalterrein waar beats, bands en biertjes de boventoon voeren. De enige politieke noot? Een kwartier speech van de partijleider. Politicoloog Gilbert Cijntje vat het samen: “De Curaçaose kiezer wil geen beleidsplannen, maar een leider die voelt als familie. Het gaat niet om de toekomst van het eiland, maar om de toekomst van de kiezer zelf. Wat krijg ík?”
En die strategie werkt. In 2021 won MFK al overtuigend, maar sindsdien is de partij alleen maar gegroeid. Bij jongeren tot 39 jaar is het bijna een monopolie: 89 procent van hen kiest voor Pisas en zijn partij. Ook in de leeftijdsgroep 40-59 jaar haalt MFK een comfortabele 64 procent. Volgens onderzoeker Cyrill van der Vegt van UDC is dat grotendeels te danken aan zichtbaarheid. “Andere partijen blijven steken in ouderwetse campagnevoering. MFK snapt de kracht van sociale media en bestookt het publiek dagelijks met meer dan tien berichten. Ze spelen in op emotie en dat werkt.”
Een absolute meerderheid voor één partij is zeldzaam in Curaçao. De laatste keer gebeurde het in 1963 en 1967, en beide regeringen stortten al snel in door interne conflicten. Cijntje betwijfelt dan ook of MFK echt de meerderheid haalt: “Dan moeten ze meer dan 30.000 stemmen binnenhalen. Zelfs als dat lukt, is de kans groot dat parlementsleden zich losmaken na de verkiezingen, en dan valt die meerderheid alsnog weg.”
Intussen verkeert de oppositie in crisis. Partijen als PAR en MAN, ooit politieke grootmachten, dreigen een miniem aantal zetels te halen of zelfs te worden weggevaagd. De peiling voorspelt voor PAR een dieptepunt van slechts vier procent. De oorzaak? Gebrek aan herkenbare kopstukken. “Vraag een gemiddelde kiezer drie namen van de PAR-lijst en je krijgt hooguit één antwoord,” stelt Van der Vegt. “Bij MFK daarentegen kent iedereen de eerste drie kandidaten.”
Een opvallende figuur binnen MFK is Javier Silvania, de excentrieke minister van Financiën, die door sommigen wordt gezien als de ‘Donald Trump’ van Curaçao. Zijn stijl is confronterend, zijn uitspraken fel en zijn communicatiemiddel bij uitstek is Facebook. Daar bereikt hij zijn achterban direct en zonder tussenkomst van de traditionele media. Het platform, immens populair op Curaçao, stelt hem in staat om kritiek te pareren door tegenstanders te ‘ontvrienden’ en zijn boodschap ongefilterd te verspreiden.
Silvania’s populariteit is enorm en hij lijkt zelfs meer stemmen binnen te halen dan premier Pisas. Uit de peiling blijkt dat hij met 57 procent vertrouwen de meest gewaardeerde politicus van het eiland is, ruim boven Pisas met 47 procent. Dit kan de eerste bron van conflict binnen de partij worden na de verkiezingen. Wie heeft straks het sterkste recht van spreken: de premier of de man met de meeste steun? De dynamiek binnen MFK belooft de komende jaren minstens zo interessant te worden als de verkiezingsstrijd zelf.



































